Geschiedenis van de tracheacanule

Nog niet eens zo lang geleden verbleven kinderen met een tracheacanule altijd in een ziekenhuis. Dat was omdat er nog geen onderwijsprogramma en medische apparatuur bestond waarmee deze kinderen naar huis toe konden gaan. Kinderen mochten slechts nu en dan naar eens huis. (Een belletje vastgebonden aan de grote teen fungeerde als alarmsysteem.) Vandaag de dag is er technologie en medisch onderwijs beschikbaar waarmee kinderen met een canule wel thuis kunnen wonen en leven.

Kerst in zo'n bronchoscopic kliniekafdeling (foto uit 1938):



Deze kinderen woonden daar dus met zijn allen.

De vroege geschiedenis van de tracheotomie: In de oude en middeleeuwse tijden was de tracheotomie nog een futiel en onverantwoordelijk idee. De tracheotomie werd vooral toegepast als noodprocedure om een geblokkeerde luchtweg te mijden. In de Egyptische, de Indische, de Arabische en de Griekse geschiedenis wordt melding gemaakt van tracheatomie.

De tracheotomie bleef een gevaarlijke verrichting met een zeer lage kans van slagen. Maar naarmate de interesse in wetenschappelijke studie steeg, groeiden de chirurgen in het experimenteren met chirurgie op de trachea. Tijdens deze periode, probeerden veel chirurgen tracheotomies, om diverse redenen en met diverse methodes, uit te voeren. Veel suggesties werden naar voren gebracht, maar er werd weinig daadwerkelijke vooruitgang geboekt. Pas nadat er enkele succesvolle tracheotomies waren uitgevoerd en hierover meer werd gepubliceerd werd deze operatie een meer toegepaste methode. Een van de eerste artsen die hierover publiceerde was een Italiaanse arts, Antonio Musa Brasavola (1490-1554), Zijn patiënt, die aan een laryngeal abces leed, herstelde goed na de procedure. Sanctorius (1561-1636) wordt verondersteld de eerste arts te zijn die een canule adviseerde na de operatie. Marco Aurelio Severino (1580-1656) gebruikte de tracheotomie om veel levens ten tijde van de difterieepidemie van 1610 in Napels te redden.

Anatomen als Hieronymus Fabricius ab Aquapendente (1537-1619) en zijn opvolger Julius Casserius (1561-1616) droegen veel bij aan het gebied van chirurgie. Fabricius, een anatoom en een chirurg in Padua, voerden nooit een tracheotomie uit, maar zijn geschriften omvatten beschrijvingen van de chirurgische techniek. Hij keurde het gebruik van een verticale insnijding en rechte, korte canule met vleugels goed, maar hij adviseerde de verrichting slechts als laatste redmiddel. Casserius adviseerde als canule een gebogen zilveren buis met daarin verscheidene gaten. In 1620 publiceerde de Franse chirurg Nicholas Habicot (1550-1624) een rapport van vier succesvolle "bronchotomies" die hij had uitgevoerd. Één hiervan is het eerste geregistreerde geval van een tracheotomie voor de verwijdering van een vreemd voorwerp, hiermee werd een bloedstolsel in het strottehoofd bedoeld. Habicot stelde voor dat de verrichting ook efficiënt zou kunnen zijn voor patiënten die aan een ontsteking van het strottehoofd lijden. Hij ontwikkelde materiaal voor deze chirurgische procedure die gelijkenissen aan de huidige ontwerpen tonen.


(Tracheacanules uit de periode tussen 1800 en 1900.)

George Martine (1702-1743), de eerste bekende Britse tracheostomist, publiceerde in 1730 het eerste geregistreerde geval van een tracheotomie met dubbele canule. Hij adviseerde de dubbele buis omdat de binnenbuis voor het schoonmaken zou kunnen worden verwijderd zonder de patiënt te storen. Jean Charles Felix Caron (1745-1824) voerde de vroegste bekende tracheotomie op een klein kind uit (in 1776); de patiënt was een zeven jaar oude jongen met een boon in zijn keel.

Vanaf 1820 begon de tracheotomie zijn goedkeuring als wettige chirurgische procedure te bereiken, alhoewel het nog steeds als een gevaarlijke procedure werd beschouwd. Daarom werd er gezocht naar een andere manier om luchtwegproblemen te verhelpen. In 1885 voerde Joseph O'Dwyer (1841-1898) de eerste succesvolle intubatie van het strottehoofd uit.

In 1965, werd het gebruik van intubatie en beademing bij pasgeborenen beschreven door McDonald en Stocks. Dit hervormde de zorg aan pasgeborenen; maar tegelijkertijd heeft het tot veel meer kinderen geleid met een tracheostomie, als gevolg van luchtwegbeschadiging, vaak opgelopen tijdens het intuberen en/of beademen. In 1972, waren slechts 30% van kinderen met een tracheotomie onder de leeftijd van 1 jaar. Dit percentage steeg tot 45% in 1983 en in 1996 is dit cijfer gestegen tot 70%. De helft zijn kinderen jonger dan drie maanden oud. Er waren steeds bekwamere chirurgen nodig en nieuwe maten en vormen canules. Canule’s gemaakt van synthetische materialen vervingen steeds vaker de metalen canules.

De verbetering in ontwerp en materiaal, de medische kennis, en het onderwijs aan zorgverleners en ouders heeft er toe geleid dat er beduidend minder kinderen stierven. En de kennis over correctieve chirurgie heeft er toe geleid dat er meer kinderen kunnen worden gedecanulleerd.

Meer weten?

Bezoek deze Engelstalige website:
http://www.tracheostomy.com/resources/articles/evolution.htm