Benodigde apparatuur

Een kind met een tracheacanule heeft altijd sputumproductie. Doordat het kind niet of onvoldoende kan ophoesten, bestaat het gevaar dat het sputum de tracheacanule verstopt en zodoende de ademweg afsluit, waardoor het kind kan stikken. Daarom wordt de tracheacanule uitgezogen met behulp van een (al dan niet mobiele) uitzuigkoffer. Het vaste uitzuigapparaat is zwaar en log en maakt een zacht brommend geluid bij het uitzuigen. De mobiele versie is kleiner, maar maakt veel meer herrie.

Heeft u het kind niet in het zicht (zoals 's nachts), dan wordt het kind aan een z.g. saturatiemonitor aangesloten. De monitor toont het zuurstofgehalte in het bloed en ook de hartslag. Wanneer een van beide waarden onder een bepaalde grens zakt (of er boven uit komt), dan geeft het apparaat alarm. Bij alarm moet u altijd direct poolshoogte nemen.



Als het kind ademhalingsproblemen heeft (zoals bronchitis), dan kan het zijn dat u een zuurstofapparaat en/of zuurstof-flessen krijgt. Soms zult u uw kind dan ook moeten vernevelen met een vernevelapparaat. Dit vernevelapparaat zorgt ervoor dat medicatie in de longen komt.